TOS Uitgelicht: Eddy Klement, algemeen directeur van Betoncentrale Twenthe
TOS Businessclub zet elke twee weken de spotlights op een van haar leden. Wat drijft ze, wat maken ze zoal mee en wat doen ze eigenlijk precies? Deze week is Eddy Klement aan het woord, algemeen directeur van Betoncentrale Twenthe.
Eddy Klement (Betoncentrale Twente): “Ik zou best eens een dag willen ruilen met een Ronaldo of Messi.”
“Het is grijs en het wordt hard,” grappen ze in de betonwereld over hun product. Maar de praktijk in een betoncentrale is een stuk dynamischer dan dat. ‘Opdrachtgevers bellen vandaag om morgen te kunnen storten. Of om de levering van vanmiddag on hold te zetten. Want harde regen kan een net gestorte betonvloer in de open lucht direct verpesten. En bij hitte hardt beton zo snel uit dat er kans is op scheuren. Wat dat betreft lijkt het hier soms net een callcenter’, stelt Eddy Klement vast.
Eddy is sinds 1,5 jaar de algemeen directeur van Betoncentrale Twenthe. Vanuit zijn functie beheert hij 9 locaties, verspreid over Oost-Nederland. Beton heeft voor hem dus geen geheimen meer.
Wat trok je aan in deze rol?
Eddy: ‘Na 16 jaar in het bankwezen had ik behoefte aan iets tastbaars. Nederland beweegt steeds meer richting ICT en kennis, maar je moet als land óók iets maken. En ik vind het zelf leuk om eens in de zoveel tijd iets te leren, dus ik was toe aan wat nieuws. Het toeval hielp een handje mee: ik kende de onderneming en de huidige directeur-eigenaar al vanuit meerdere andere (werk)ervaringen. Hij had een vacature, ik was op zoek. Soms is het niet ingewikkelder dan dat.'
Wat heeft je het meest verrast in de afgelopen anderhalf jaar?
‘Over beton zelf? Ik dacht altijd dat beton hard werd als het stopt met draaien, maar dat bleek helemaal niet zo te zijn,’ vertelt Eddy. ‘Beton maken is pure chemie, dus dat uitharden houd je niet tegen. Het draaien in een betonmixer vertraagt alleen het proces. Wat verder best opvallend is, is het feit dat beton werkelijk overal om ons heen is. De stoeptegels, de bandjes langs parkeerplekken, hele gebouwen en zelfs de Grolsch Veste: het is allemaal gemaakt van beton, maar zo alledaags dat we het niet meer zien.’
Op welke momenten denk je: wat heb ik toch een toffe baan.
‘Wat me enorm aanspreekt in mijn werk, is de variatie. Het ene moment praat ik met de BAM of Dura Vermeer over de bouw van een complete stadswijk, het volgende moment sta ik met helm en werkschoenen naast een chauffeur op de bouwplaats. Ik schakel continu van strategie naar operatie en weer terug. Waar ik ook veel plezier uit haal, is de snelheid waarmee beslissingen genomen moeten worden. Ik word gebeld, krijg een vraag voorgeschoteld en moet die vaak direct beantwoorden. Dat snelle, daar ga ik goed op. Mijn achtergrond buiten de sector helpt me daarbij, want als relatieve nieuwkomer kijk ik met een frisse blik naar processen en vraagstukken. Soms “win” je zo’n discussie, soms niet, maar door het aan te kaarten, breng je altijd iets in beweging. En als ik dan nóg een ding mag noemen, dan is het dat we met de centrales letterlijk dichtbij onze opdrachtgevers zitten. Dus als het gaat om kwaliteit in combinatie met snelheid en kortcyclisch schakelen, dan kunnen we dat allemaal waarmaken. Dat werkt heel fijn.’
Welke afspraak heb jij in je agenda staan waar je naar uitkijkt?
‘We zijn op dit moment bezig de vloot uit te breiden. Niet alleen met betonmixers, maar ook met chauffeurs. Dat vind ik erg leuk om te doen. Wat ook bijzonder is, is dat we de brugkraan aan het kanaal in Hengelo gaan vervangen. Voor iedereen die regelmatig het Twentekanaal oversteekt via de Oelerbrug of de Boekelose brug is die kraan een herkenbaar beeld. Maar hij stamt uit de jaren zestig en is toe aan vervanging.Het neerzetten van een nieuwe brug is voor ons echt een megaproject. Gelukkig kunnen we voor het laden terugvallen op onze betoncentrales in Almelo en Enschede.
En derde mooie ontwikkeling is het feit dat de volgende generatie Reef, de kinderen van directeur Roeland Reef, al enthousiast staat te trappelen. De jongste zoon rijdt op dit moment op een vrachtwagen om het bedrijf van begin tot eind te leren kennen. Dat gaat de andere zoon ook doen en zijn dochter werkt al in een van de vele dochterbedrijven in de Agar Holding. Dus je ziet de vierde generatie klaargestoomd worden. Dat geeft vertrouwen voor de toekomst op de langere termijn.’
Cor Hilbrink mocht in 1955, in opdracht van Anton Reef, de Betoncentrale gaan leiden. Cor was ook nauw verbonden met FC Twente. Voel jij dat ook zo?
‘Ik ben geen fanatieke voetbalsupporter, maar ik heb desondanks de hoogtijdagen van FC Twente intens meegemaakt. Toen ik bij Essent werkte, waren we namelijk hoofdsponsor. Ik stond erbij toen Twente in 2010 kampioen werd; dat vergeet ik nooit meer. Tegelijkertijd slaap ik niet slechter als we verliezen. Wel vind ik het erg mooi om een goeie actie te zien, dus daar kijk ik met plezier naar. En ik zou best eens een dag willen ruilen met een fenomeen als Ronaldo of Messi om eens te ervaren wat die gekte met een mens doet. De sociale media, schreeuwende supporters die met je op de foto willen, en als je dan een mooi doelpunt maakt, dat daarna het gejuich van zo'n heel stadion op jou neerdaalt. Ik bedoel: als je een boodschappenautootje koopt voor je vriendin en dat is een Ferrari, hoe sta je dan in het leven? Het zou dus meer gaan om een brainswap dan dat ik hun voetbaltechnische skills zou willen ervaren.’
Verder heb ik, als geboren en getogen Drent, mijn hart verpand aan deze regio. We voelen ons soms misschien een beetje als Calimero in vergelijking met de Randstad, maar Almelo, Hengelo, Enschede en Oldenzaal en alle overige gemeenten vormen samen een sterke economische eenheid. Dat zie je terug in FC Twente; dat is geen stadsclub, zoals PSV en Ajax; de club is van héél Twente. Die onderlinge verbondenheid ervaar ik ook bij de TOS en daarin zijn we echt uniek.
Ik maak daarnaast dankbaar gebruik van het TOS-netwerk om mooie dingen voor elkaar te krijgen, zoals voor de MS-patiëntenvereniging waar ik voorzitter van ben. Dat is voor mij de kern en de kracht van onze regio: bouwen, verbinden en elkaar iets gunnen. Net als bij mijn eigen start bij de Betoncentrale. Als de puzzelstukjes in elkaar passen, dan zijn dingen vaak snel geregeld.’