TOS Uitgelicht: Wim Landewé van Landewé Fietsen
TOS Businessclub zet elke twee weken de spotlights op een van haar leden. Wat drijft ze, wat maken ze zoal mee en wat doen ze eigenlijk precies? Deze week is Wim Landewé aan het woord, eigenaar van
Landewé Fietsen.
Wim Landewé (Landewé Fietsen): “Vakmanschap is de kurk waar ons bedrijf op drijft”
‘Ken je Hotel New York?’, opent Wim Landewé het gesprek. ‘Daar klinkt het geluid van bordengerammel uit de luidsprekers. Mooi vind ik dat: er wordt achter de schermen hard gewerkt en dat mag best gehoord worden. Ook bij Landewé Fietsen is vakmanschap de kurk waar het bedrijf op drijft’, vervolgt hij. ‘Daarom hebben we de werkplaats acht jaar geleden helemaal vooraan in de winkel gezet. Niet iedereen begrijpt dat. Zo zijn we dit jaar tweede geworden in de race om Tweewielerwinkel van het Jaar. De jury noemde de ruimte die de werkplaats in beslag neemt “zonde”. Daar hadden ook fietsen kunnen staan. Maar er is geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om dat te veranderen. Ik ben er juist enorm trots op.’
Jullie noemen jezelf ‘een nuchtere fietsenwinkel’: wat houdt dat in?
‘We proberen weg te blijven van poeha. 100% klanttevredenheid is onze enige KPI. Zo was er een klant die zijn fiets meenam op vakantie. Toen zijn accu werd gestolen, hebben wij er één opgestuurd naar zijn vakantieadres in Italië. En ik fietste zelf een keer op zondagmiddag langs een moeder die met haar bakfiets vol kinderen gestrand was met een lekke band. Dan stop je en help je, ook al werk je niet.
Diezelfde nuchterheid zit ook in onze aangepaste fietsen. Voor mensen die door een blessure, ziekte of beperking niet meer op een gewone fiets kunnen. Daar hebben we shortlease voor in het leven geroepen, zodat ze de fiets alleen maar hoeven te leasen zolang nodig is. Dat vind ik misschien wel het mooiste aan onze winkel: dat we deze mensen met een fiets echt een stukje vrijheid kunnen teruggeven.’
Wanneer is jouw liefde voor fietsen begonnen?
‘Al toen ik 7 jaar oud was, liep ik tussen de middag en na schooltijd rechtstreeks hiernaartoe. Niet omdat me dat was opgedragen, maar omdat ik het zelf wilde: hier gebeurde het. Ik geniet nog steeds van de geur van fietsbanden en rubber. Daar ben ik mee vergroeid geraakt. Of misschien zit het in de genen. Mijn opa startte de fietsenzaak in 1926. Hij werkte toen nog in de textielfabriek. Dat waren roerige jaren met lange werkdagen, veel armoede en ellende. Hij wilde dat zijn gezin het beter kreeg en begon vanuit de voorkamer van zijn huis met het repareren en verkopen van fietsen. Twee fietsen werden er vier, en uiteindelijk nam hij afscheid van de fabriek. Er kwam een benzinepomp en een taxibedrijf bij, hij handelde in motoren, stofzuigers en wasmachines, en hij verhuurde steps en grammofoonplaten. Een ondernemende man dus, met veel wilskracht en doorzettingsvermogen. En niet voor niets: onze fietsenwinkel bestaat dit jaar 100 jaar.’
Welke ontwikkelingen in die 100 jaar zijn het meest bepalend geweest voor de winkel?
‘In de naoorlogse jaren, toen mijn vader mee ging werken, zag hij een kans in scooters. In Italië stond een fabriek waar ze vliegtuigen maakten, maar in de nadagen van Mussolini mocht dat niet meer. De eigenaar heeft de vliegtuigonderdelen toen maar gebruikt om scooters mee te maken; de Vespa-scooter was geboren. Mijn vader heeft die naar Twente gehaald en daar een zeer bloeiend bedrijf mee gebouwd, want in de wederopbouw had niet iedereen geld voor een auto. In mijn tijd kwam de ligfiets. Ook daar hebben we aardig in geïnvesteerd. We organiseerden wedstrijden, testdagen, allemaal gekke dingen. Maar dat is niet het succes geworden dat ik erin zag. De ligfiets is in de geitenwollensokkenstatus gestorven. En toen deed begin deze eeuw de e-bike zijn intrede. Die heeft de fietswereld echt op z’n kop gezet. Mensen zijn daardoor veel meer kilometers gaan fietsen.’
Wanneer hebben jullie bewust een andere keuze gemaakt dan veel andere fietsenwinkels?
‘De inrichting van de winkel wijkt echt af van wat gebruikelijk is. Maar mijn vrouw Marian en ik hangen hier 50 uur per week rond; dan willen we ons wél comfortabel voelen, dus daar hebben we veel energie in gestoken. Daarnaast zijn we niet productgeoriënteerd, maar klantgeoriënteerd. We hebben hier daarom uitsluitend de mooiste en beste fietsen staan. Vervolgens vertellen we je niet over de dikte van de spaken of de grootte van de wielen, maar of een fiets bij jou past. En als iemand een fiets mooi vindt, maar niet past bij het gewenste gebruik, adviseren we om niet te kopen. Die aandacht maakt dat klanten terugkomen en ons aanbevelen.’
Wat is jouw relatie met voetbal?
‘Ik ben sinds mijn veertiende supporter van FC Twente. Mijn vader was dat, mijn kinderen zijn het en waarschijnlijk straks de volgende generatie ook. We hebben altijd een band gehad met de club. Mijn vader had in het Diekmanstadion al een commercial via de speakers. Ook lieten we in de rust een fiets met een reclamebord erachter een rondje rijden over de sintelbaan. De jongens weigerden alleen om langs vak PP te fietsen, want dan kregen ze van alles naar hun hoofd gegooid. Dus vlak voor dat vak draaiden ze om’, grijnst Wim.
‘Nog altijd is de TOS voor ons een belangrijk netwerk. Met fietslease en Fietsplan zijn we actief op de zakelijke markt, dus bedrijven aan ons binden is belangrijk. Daarom blijf ik rondom wedstrijden graag even hangen, net als de rest van de TOS, dus dat is altijd gezellig.
Wat ons ook met FC Twente verbindt, is trots. De club is terecht trots op haar roots en historie, en dat geldt voor ons net zo goed. We bestaan dit jaar 100 jaar en zijn inmiddels de derde generatie. Dat is vaak de generatie die het bedrijf om zeep helpt, maar wij laten juist zien dat je een familiebedrijf kunt vernieuwen zonder je basis te verliezen. Zodat ook de volgende generatie straks voelt: hier gebeurt het.’