TOS Uitgelicht: Barbara Trienen van Barbara Trienen Photography
TOS Businessclub zet elke twee weken de spotlight op haar leden. Wat drijft hen, wat maken ze zoal mee en wat doen ze eigenlijk precies? Deze week spreken we Barbara Trienen van Barbara Trienen Photography.
Barbara (Barbara Trienen Photography): ‘Een foto werkt pas als je weet wat je wilt laten zien’
“Ik ben hier niet goed in hoor!” Na 10 jaar commerciële fotografie kan fotografe Barbara Trienen die zin wel dromen. Armen die eerst naast het lichaam hangen, worden op de heupen gezet om ten slotte voor de borst over elkaar te schuiven. De schouders wat omhoog. De blik ietwat onrustig. Al dat ongemak is voor Barbara een gegeven. Niet als bijzaak, maar als vertrekpunt, legt ze uit. ‘Een goede foto ontstaat niet op het moment dat ik de knop indruk, maar daarvóór. Het is nooit een kwestie van lachen, klikken en klaar.’
Waarom voelt op de foto gaan voor zoveel mensen ongemakkelijk?
Barbara: ‘Dat ongemak zit ’m vooral in hoe mensen naar zichzelf kijken. Ze beginnen over wallen onder hun ogen vanwege een slechte nacht, een onderkin, hun haar dat aan één kant beter zit. Ik zie dat oprecht allemaal niet. Ik zie iemand voor het eerst en daardoor helemaal. Aan mij de taak om de ander zo op z’n gemak te stellen dat dat ook zichtbaar wordt op de foto. Daar neem ik de tijd voor. Om te kijken, te voelen hoe iemand is, hoe iemand beweegt. Als ik meerdere mensen in een ruimte heb, zeg ik vaak: “Doe maar net alsof ik er niet ben en klets gewoon door.” Dan wordt het vanzelf authentieker.
Ik laat hen ook altijd meekijken met het resultaat, de beelden verschijnen direct op mijn laptop. Zo krijgen ze medezeggenschap. En als ze dan na afloop tevreden zijn, geeft dat veel voldoening.’
De foto’s die je maakt, vormen samen een ‘beeldtaal’. Hoe gaat zoiets in z’n werk?
‘Ik wil eerst weten hoe een bedrijf in elkaar steekt, hoe de sfeer is, wie de mensen zijn, wat er gebeurt op de werkvloer. Ik kijk dan niet zozeer naar individuen, maar naar hoe mensen samenwerken en naar dagelijkse handelingen. In organisaties liggen de verhalen vaak voor het oprapen. Zoals bij Grolsch, waar vaders en zonen samenwerken. Zoiets zegt veel over cultuur en trots, dus dat soort dingen wil ik vastleggen. Daarom begin ik altijd met een strategiesessie: welk verhaal willen we vertellen, en hoe gaan we de beeldtaal neerzetten en uitrollen? Ik denk ook nooit in afzonderlijke foto’s, maar in een serie: welke momenten, welke details en welke scènes laten samen zien waar je als organisatie voor staat? Pas als dat helder is, krijgt beeld richting en betekenis. En pas dán begint de fotografie. Voor mij kan het een niet zonder het ander: strategie, concept en fotografie — in die volgorde.’
Wat is een belangrijk onderdeel van fotografie dat de meeste mensen missen?
‘Je moet als fotograaf een kameleon zijn. Als ik ergens binnenkom, schat ik eerst in hoe de dynamiek is en probeer daar dan in mee te gaan. Nou kom ik uit een horecafamilie en heb zelf ook jaren in de horeca gewerkt, dus dat gaat me redelijk makkelijk af. De sfeer op de set is heel bepalend voor het eindresultaat. Daarnaast zei mijn leraar op de fotovakschool ooit: “Een goede fotograaf heeft geen duur toestel of een dikke lens nodig. Als je het juiste oog hebt, is materiaal niet belangrijk. Dus stap niet in de valkuil om gelijk te gaan schieten, maar ga eerst kijken.” Dat advies volg ik nog altijd op. Mijn werk is het meest krachtig als opdrachtgevers me daarin vertrouwen door niet alles vooraf dicht te timmeren, maar ruimte te geven om samen te ontdekken wat werkt.’
Hoe kom jij aan inspiratie voor nieuwe concepten?
‘Ik haal inspiratie uit museumbezoeken, het werk van andere kunstenaars of gesprekken met ondernemers. Die brengen altijd weer nieuwe energie met zich mee waardoor ik anders ga creëren. En mijn hoofd zit sowieso al vol ideeën en beelden. Als iemand iets roept, zie ik het vaak meteen voor me. Ik heb naast fotografie ook een passie voor inrichting en design, en ik schilder. Dat laatste heb ik onlangs bewust weer opgepakt, omdat ik minder op mijn telefoon wil zitten. Fotografie zal ik nooit loslaten, maar ik sluit niet uit dat het één zich ooit verbindt met het ander. Of met de horeca bijvoorbeeld in de vorm van een mooi ingerichte koffiebar. Zo’n plek waar alles samenkomt en die tot in detail klopt. Esthetiek is voor mij altijd de basis. En van niets iets maken — daar ligt mijn kern.”
Wat heeft een creatieveling als jij met voetbal?
‘Ik had eerlijk gezegd altijd een nogal negatief beeld van voetbal: hooligans, agressie… het zijn dingen waar ik me niet in kan vinden. Maar ik was nog nooit in een stadion geweest. Dat veranderde toen Nils van Studio Waanders vroeg: “Ik ga een businesssclub bij FC Twente helpen oprichten, doe je mee?” “Dat dacht ik niet,” reageerde ik, “maar bel me over 2 dagen nog maar een keer terug”, en toen zei ik alsnog ja. Ik werd de vaste fotograaf van de TGT, leerde in die rol veel mensen kennen én ging naar mijn eerste wedstrijd. Die herinner ik me nog goed. De spelers kwamen het veld op en iedereen ging staan. Wat officieel allemaal. Moet dat? vroeg ik me af. Maar eigenlijk was het heel leuk. Met z’n allen staan en zingen en toejuichen creëert een soort samen-gevoel. En voor ik het wist, maakte ik daar onderdeel van uit. Inmiddels ben ik zo’n supporter dat wanneer ik niet naar de Grolsch Veste ga, ik de wedstrijd op tv volg. Dus ik ben aardig om.’